De andere rol van Facebook
04.3.2012 |
"Get right up to the creepy line and not cross it"
“Ben jij dit?” vraagt Facebook vriendelijk nadat ik een foto van mezelf upload op mijn profiel. Bij een foto met een stel van mijn vrienden erop, stelt hij netjes voor “Zijn dit Roos, Liza of Peter?” Ik denk ‘hey, wat een nuftige applicatie!’ Maar al snel trekt er bezorgde frons over mijn gezicht… Hoe weet ‘ie dat eigenlijk allemaal?
Het was een vrij geruisloze aanpassing, de gezichtsherkenningsfunctie op Facebook. Maar het heeft inmiddels het nodige stof op doen waaien. Face-recognition, een handig hulpmiddel of een bedreiging van onze privacy?
Iedere dag worden er nieuwe toepassingen van sociale media bedacht om alles nog makkelijker en sneller te maken. Sociale media bevinden zich inmiddels in vrijwel ieder facet van ons dagelijkse leven. Dat er een bepaalde rol voor rechtshandhaving zou ontstaan is dan ook niet verwonderlijk.
Ondertussen worden media als Twitter en Facebook en zelfs de Nintendo Wii regelmatig gebruikt voor opsporing van fraudeurs, vermiste personen, ooggetuigen van misdrijven of dubieuze relaties. Schadeverzekeraars, incassobureaus en de politie, allemaal zijn ze gebaat bij een grote hoeveelheid persoonlijke informatie op SNS. En ook verscheen er afgelopen dinsdag een artikel in de Volkskrant met de titel Turkije traceert met Facebook Israëli’s die actieschip aanvielen. Hierin wordt beschreven hoe de Geheime Dienst een lijst met namen wist te achterhalen door de camerabeelden van de aanval te vergelijken met beelden op Facebook.
Hoe de namen van een groep militaire misdadigers aan de hand van foto’s op Facebook teruggevonden konden worden, heeft een sterke overlap met augmented reality. Augmented reality is een vakgebied dat zich hoofdzakelijk bezighoudt met de toevoeging van realistische, computergemaakte beelden, aan rechtstreekse beelden. Het draait hierbij om een duidelijke overloop tussen de online- en de offline wereld. Praktisch gezien kun je hierbij denken aan een foto die van een voorbijganger op straat wordt gemaakt, waarvan vervolgens door gezichtsherkenning allerlei persoonlijke informatie opgevraagd kan worden.
Maar nu terug naar Facebook. Deze sociale netwerksite werd op 4 februari 2004 door de 23jarige Harvard student Mark Zuckerberg opgericht. Binnen 24 uur hadden ruim 1200 Harvard studenten een profiel voor zichzelf aangemaakt. Een paar maanden later werd het netwerk ook geopend voor studenten van andere universiteiten en weer een jaar later mocht iedereen zich boven de 13 registreren op Facebook.
Echter, in studie uit 2005 door Gross en Acquisti (2005) werden sociale netwerksites al aan de tand gevoeld omtrent privacy. Ze beschreven hoe duizenden profielen van studenten eenvoudig op te vragen waren en gebruikers een gevaar voor zichzelf vormde door zich zo bloot te geven op het internet. Zij sloten hun onderzoek af met de melding dat “users expose themselves to various physical and cyber risks and make it extremely easy for third parties to create digital dossier of their behaviour”. Niet veel later volgde uit een ander onderzoek door Jones en Soltren (2005) dat Facebook niet de juiste stappen nam om de privacy van gebruikers te beschermen en dat derde partijen via Facebook allerlei informatie verzamelde.
Op 15 december 2010 maakte Facebook de optie bekend in een kleine blogpost op The Facebook Blog-pagina. De techniek van gezichtsherkenning bestond al veel langer, maar werd tot nu toe voornamelijk door de politie gebruikt (zo werden bijvoorbeeld tijdens de Super Bowl in Amerika de camera beelden van de ingang van het stadion gescant: 19 criminelen konden daarna worden opgepakt). En ook foto(bewerking)programma’s zoals Picasa, iPhoto en Windows Photo Gallery, hebben hun software inmiddels uitgebreid met een bepaalde vorm van gezichtsherkenning. Daar is het allemaal leuk, handig en vooral onschuldig. De informatie blijft immers allemaal op jouw computer.
Op Facebook is dit net even anders. Zodra jij een foto upload worden er automatische ‘tags’ voorgesteld van jou en je vrienden. Hoe herkent Facebook jullie dan? Doordat er als het ware van al jouw foto’s biomedische vingerafdrukken worden gemaakt, die vervolgens worden opgeslagen in Facebook’s gigantische fotocollectie. Hoe meer foto’s jij online plaatst, hoe nauwkeuriger jouw persoonlijke database wordt. De database van Facebook bestond in juli 2010 uit meer dan 50 biljoen foto’s. De vraag die ik aan het begin stelde,’ face-recognition, een handig hulpmiddel of een bedreiging van onze privacy?’, houdt meer mensen bezig.
The European Union Privacy Officials hebben een aanklacht ingediend bij Facebook. Zij vinden het niet correct dat Facebook met gezichtsherkennings-technieken werkt, zonder zich bewust te zijn van het risico dat hieraan verbonden zit. Facebook heeft daar in een verklaring opgereageerd dat ze slechts een helpende hand willen bieden bij het taggen van vrienden, iets wat toch al ruim 100 miljoen keer op een dag gebeurd. Daarnaast geven ze aan dat gebruikers vrij zijn om de functie uit te zetten op hun profielpagina.
Dit klopt, maar je moet hiervoor wel diep in de privacy settings gaan en via een omslachtig manier aangeven dat je jezelf uitschrijft voor deze nieuwe functie. Wanneer hebben we ons daarvoor ingeschreven dan? Het is een privacy gevoelige kwestie, maar helaas geeft iedereen die de functie niet uitzet in feite toegang tot haar biometrische persoonsgegevens, aldus de Wet bescherming persoonsgegevens.
Om af te sluiten is het echter wel belangrijk om te realiseren dat de technieken die gebruikt werden door Facebook om een binaire vorm van sociale contanten en vriendschap te onderhouden, nu dezelfde technieken zijn die tegen de sociale netwerk site gebruikt worden. Het is nu alleen van groot belang dat ze Google’s voorbeeld volgen, met Eric Schmidt’s befaamde uitspraak: “google policy is to get right up to the creepy line and not cross it”.

Reader Comments